Open Vld neemt de erfbelasting onder handen: de tarieven moeten omlaag en de organisatie eenvoudiger. Echter, binnen de liberale familie blijft de discussie actueel. Volgens sommigen is erfbelasting de enige rechtvaardige belasting en mag ze daarom hoog zijn. Hannes Van Parijs (Jong VLD) spreekt dat tegen.

Bart Tommelein (Open Vld) neemt de erfbelasting onder handen.

De belasting op erfenissen ligt in België hoog, zeer hoog. De tarieven variëren, maar de hoogste belastingschaal loopt al gauw op tot een duizelingwekkende 80% in Wallonië. Dat staat bijna gelijk aan onteigening. De vraag dringt zich op of deze regeling eerlijk te noemen valt. En dan hebben we het niet enkel over de exuberant hoge belastingschalen die onze overheid hanteert: er schort iets met het idee van een erfbelasting op zich.

Ten eerste moeten we bekijken hoe een nalatenschap tot stand komt. Het is een kapitaal dat bijeen gespaard moet worden, in de meeste gevallen door te werken. In dat opzicht is het belangrijk om te wijzen op de hoge belastingen op zowel arbeid als vermogen in België: het overheidsbeslag overschrijdt nog steeds ruim de vijftig procent. Het is van dat loon, waar de overheid al zo gretig in graait, dat erfenissen worden opgebouwd. Het is dan ook uiterst onrechtvaardig om dat loon middels een erfbelasting voor een tweede keer zwaar te belasten.

Vervolgens is er een ethisch probleem. Want bij een hoge erfbelasting schendt de overheid een belangrijke menselijke waarde: de vrije wil. Let wel: in deze tekst gaan we ervan uit dat belastingen op zich noodzakelijk zijn. Een zekere bijdrage leveren is een vorm van solidariteit en die waarde heeft een belangrijke plaats in onze moderne samenleving. Ondanks de gekende liberale mantra dat alle belastingen diefstal zijn heeft deze tekst niet tot doel het reguliere belastingsysteem aan te vallen.

Het specifieke probleem met de erfbelasting komt voort uit andere motieven. Want een nalatenschap is een geval apart. Ze omvat alles wat een mens tijdens zijn leven heeft opgebouwd. Alles wat er van een mensenleven overblijft na de dood. Alles waar een mens een leven lang voor heeft gewerkt. En de motivatie om een nalatenschap op te bouwen, ligt niet in het sponsoren van de staat. Voor velen is die erfenis net de drijfveer om te werken: het idee dat je iemand kan helpen, ook na de dood. Dat er iets van jou overblijft, ook na de dood. Of misschien wil je helemaal niks nalaten en zelf genieten van wat je bijeen gespaard hebt. Bovenal dienen we te onthouden dat mensen zélf beslissen waarvoor ze werken. Ze hebben logischerwijze dan ook het recht om hun verloning na belastingen vrij te besteden, ook en vooral aan het einde van hun leven. Het louter feit van het overlijden maakt die wilsuiting niet ongedaan.

Laat ons een concreet voorbeeld bekijken dat toepasbaar is op het merendeel van de Belgen. Vaak werken mensen niet enkel voor zichzelf, maar ook voor hun familie, vrienden of geliefden. Door erfenissen zwaar te belasten neem je bij die groep een belangrijke motivatie om te werken weg. Wat houdt hen dan nog tegen om een leven lang minimaal te werken en schulden op te bouwen zonder ze ooit af te lossen? Want aan het eind van de rit veegt vadertje staat de lei schoon en begint de volgende generatie terug van nul. De verdienste van vorige generaties wordt van rechtswege nietig verklaard. Elke mogelijke groei of intergenerationele vooruitgang wordt gefnuikt. De economie zal er zwaar onder lijden, en de algemene welvaart ook. Draaien we de redenering om: een erfenis is het doorgeven van welvaart, expertise en kansen. Daar heeft de hele samenleving baat bij.

Daarnaast mogen we het emotionele aspect niet uit het oog verliezen. Ratio wordt door liberalen hoog in het vaandel gedragen, ook door mij, maar emotie ontkennen is gelijk aan diepmenselijke en fundamentele gevoelens ontkennen. Heel wat mensen hechten een waarde aan voorwerpen of eigendommen die verder gaat dan hun materiële waarde. Heel vaak heeft bezit een emotionele waarde. Bijvoorbeeld een gegraveerd horloge dat al jaren van vader op zoon wordt doorgegeven. Of een klein vakantiehuis waar een gezin zijn mooiste vakanties beleefd heeft. Het is volstrekt te begrijpen dat je niet wil dat zoiets in de gevoelloze zakken van de overheid verdwijnt. Het is paradoxaal dat het bezit van een nalater verkocht zou moeten worden, enkel en alleen om de erfbelasting op dat bezit te kunnen betalen.

Ten derde dient gezegd te worden dat hoge erfenisbelastingen geen oplossing bieden voor ongelijkheid, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. Ongelijkheid is inherent aan de mens, niemand wordt gelijk geboren. We hebben allen ongelijke fysieke en mentale capaciteiten. Gelijkheid van geboorte nastreven zou leiden tot een staatsgereguleerd systeem waarbij zowel ouders als kind ‘gestandaardiseerd’ worden, gevormd worden in een mal van middelmatigheid en waarbij elk individueel talent onrechtvaardig en dus verboden is. Overheden moeten daarom inzetten op kansen, op het uitbouwen van een meritocratie waarin iedereen, ongeacht geboorte, de mogelijkheid heeft om het te maken in het leven. Een positief beleid geeft eenieder de kans te groeien in het leven, en behoeft niet mensen te straffen die gewerkt en gespaard hebben tijdens hun leven. We zijn ervan overtuigd dat in zo’n geval, waar elke mens verloond wordt naar waarde en verdienste, het al dan niet ontberen van een erfenis geen struikelblok hoeft te zijn.

Tot slot is er nog op een praktisch argument tegen erfbelasting zoals ze vandaag bestaat. Want met al haar belastingschalen en uitzonderingen is de erfbelasting zeer complex. Ze vereist een uitgebreid overheidsapparaat dat moet organiseren, reguleren en controleren. En als de overheid iets doet, is het bijna per definitie duur en inefficiënt. Het systeem vereenvoudigen is dan ook de budgettair meest logische conclusie.

Het is dus beter om de erfbelasting eenvoudiger te maken, en de tarieven te verlagen. Zodat u zélf beslist waar uw geld na de dood naartoe gaat.

– Hannes Van Parijs, Jong VLD