Categorieën
Uncategorized

Salafistische scholen en het gesubsidieerd geloof hebben niks met elkaar te maken

Salafistische scholen en het gesubsidieerd geloof hebben niks met elkaar te maken

De afgelopen dagen ontstond in Nederland ophef over salafistische moskeescholen waar kinderen aangeleerd wordt andersgelovigen te haten. Ook bij ons vreest men dat die scholen bestaan. Waarom de overheid dit soort haatdragende religies moet blijven financieren staat ter discussie, maar overhaast reageren zal het probleem niet oplossen.

Vorig jaar vloeide in België nog meer dan 108 miljoen euro aan subsidies naar erediensten. Tachtig procent daarvan komt bij de rooms-katholieke kerk terecht. Erkende moskeeën in Vlaanderen ontvingen slechts 874 duizend euro, een daling van 26 duizend euro ten opzichte van vorig jaar. Priesters in leeglopende kerken moeten zich dus geen zorgen maken. Maar als samenleving moeten we dit systeem in vraag stellen, want duistere geldschieters en radicale imams winnen het van de gematigde moslimgemeenschap. De gematigden zitten in geldnood en doen veelal beroep op vrijwilligers. Maar extreme imams (vaak gestuurd door Saudi-Arabië) hebben geen financiële zorgen en proberen via moskeescholen hun greep op de internationale moslimgemeenschap te versterken. De gematigden staan machteloos.

Zo kan het dat radicale salafisten haat verspreiden onder onze jeugd. En zoals het goede Belgen betaamt is onze eerste reactie: “En dat met ons belastinggeld!” Begrijpelijk, maar fout. Natuurlijk moeten we strijden tegen haat en intolerantie, maar we mogen dat niet doen door blind te zijn voor de oorzaken ervan. Factoren als een gebrekkig inburgeringsbeleid en het ontbreken van sociale controle zijn minstens even invloedrijk. Het spijtige feit is dat er al decennialang een voedingsbodem wordt gecreëerd voor radicalisering in scholen. Het wegnemen van subsidies of het intrekken van de erkenningen van moskeeën zal de situatie enkel erger maken.

Zoals we bereid zijn te investeren in de wetenschappelijke en taalkundige vorming van jongeren, zo moeten we ook in hun persoonlijke ontwikkeling investeren. Dit doen we door in het leerplan een kader te voorzien waarbinnen jongeren een kritische geest ontwikkelen die hen weerbaar maakt tegen haatdragende indoctrinatie. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat de erkende, gematigde religieuze netwerken voldoende middelen krijgen om te kunnen opboksen tegen extremisten. Want vergis u niet over het salafisme: uit een enquête blijkt dat salafisten (ongeveer 0,2% van de totale moslimgemeenschap) immens onpopulair zijn binnen de bredere islam. Haar opmars is een kwestie van geld, niet van kwade wil.

Op termijn moeten we natuurlijk evolueren naar een totale afschaffing van religieuze subsidies. Het is een grote bron van onvrede wanneer een agnost of atheïst zijn belastinggeld ziet vloeien naar een zaak die hij bewust de rug heeft toegekeerd. In een liberale samenleving is geloofsbeleving immers een private aangelegenheid waar de overheid zich niet in behoort te mengen. Ieder wordt zijn geloof gegund zonder een fronsende overheid. Subsidies scheppen echter een hiërarchie: enkel erkende religies worden gesteund, en dat wars van het aantal gelovigen dat zich aldus identificeert. Het Duitse systeem van Kirchensteuer kan een geschikte tussenoplossing zijn: elke burger geeft op zijn belastingformulier aan tot welke religie hij of zij zich rekent en betaalt daarvoor, en het opgehaalde bedrag wordt proportioneel verdeeld over de religieuze instellingen.

Twee zaken moeten dringend gebeuren. Religieuze subsidies moeten efficiënter ingezet worden: minder geld naar de leeglopende kerken en meer investeringen om gematigde moslims uit geldnood te halen. En, religieuze subsidies moeten ook rechtvaardiger: een ongelovige mag niet verplicht worden het geloof van een ander te financieren.

Hannes Van Parijs, lid Jong VLD Gent
17/09/2019